Stappenplan tot het succesvol uitzetten van aaltjes
Ineens ontdekt u dat er larven in uw tuin of gazon aanwezig zijn. Bij het achterhalen van de plaag – zoals emelten, engerlingen of larven van de taxuskever – komt u al snel uit bij het gebruik van aaltjes. Het voor het eerst toepassen van aaltjes roept vaak veel vragen op. In deze blog leest u precies hoe u deze natuurlijke oplossing succesvol inzet.
Verschillende type aaltjes
Er bestaan verschillende soorten aaltjes, ieder met een eigen specialisme in het bestrijden van plaagsoorten. Ook hebben zij bepaalde voorwaarden nodig om optimaal te functioneren, zoals een geschikte bodemtemperatuur. Om het eenvoudiger te maken, is het identificeren van uw plaag de eerste stap om het juiste aaltje te kiezen. Hieronder leest u per plaag de juiste momenten voor bestrijding.
Let op: Aaltjesdirect biedt per periode het juiste aaltje aan om uw plaag te bestrijden. Hierdoor hoeft u niet zelf te bepalen welke aaltjessoort op dat moment in het seizoen het meest effectief is.
Engerlingen
Een engerling is de larve van bladsprietkevers zoals de mei-, juni- en rozenkever. De larve is wit tot beige, heeft een roodbruine kop, zes kleine pootjes en kan tot vier centimeter lang worden. Engerlingen zitten vaak diep in de grond, maar zijn goed te herkennen aan hun typische hoefijzervormige houding.
Beste moment om engerlingen te bestrijden
De meest effectieve periode is augustus tot en met oktober, wanneer de larven klein zijn en dicht onder het oppervlak zitten. Zodra de grond afkoelt en ze dieper wegkruipen, neemt de werking van aaltjes af. Een tweede behandelmoment is in april–mei, wanneer de grondtemperatuur weer boven de 12°C komt en de larven opnieuw actief worden.
Emelten
Emelten zijn de larven van de langpootmug. Ze leven in de bodem, hebben een dik, grijsbruin, pootloos lichaam met een harde huid en een nauwelijks zichtbare kop. Ze lijken op korte wormen en kunnen tot vier centimeter lang worden.
Beste moment om emelten te bestrijden
De beste periode is september–oktober, wanneer de jonge larven net uit het ei komen en dicht onder het oppervlak zitten. Ook in maart–juni kan behandeling effectief zijn, vooral wanneer er al schade zichtbaar is, zoals kale plekken of loszittende graszoden.
Taxuskever
De taxuskever (gegroefde lapsnuitkever) is een zwart insect met een gegroefd schild en kleine gele vlekjes. De kevers kunnen niet vliegen, zijn ’s nachts actief en verschuilen zich overdag onder bladeren aan de voet van struiken. De larven lijken op engerlingen, maar hebben geen pootjes: ze zijn wit, c vormig en hebben een bruine kop.
Beste moment om taxuskevers te bestrijden
U kunt aaltjes inzetten in drie perioden:
• Voorjaar (maart–half mei): larven worden actief zodra het warmer dan 10°C is.
• Augustus: jonge larven komen net uit het ei en zijn extra kwetsbaar.
• Najaar (vooral oktober): larven bereiden zich voor op overwintering; bestrijding voorkomt schade in het voorjaar.

Buxusmotten
De buxusmot is een invasieve soort die buxusplanten ernstig kan aantasten. De rupsen vreten van april tot en met oktober grote delen van de plant kaal. U herkent een plaag aan de groen zwart gestreepte rupsen en duidelijke bladvraat, waardoor planten er ziek en verdord uitzien.
Beste moment om buxusmot te bestrijden
De effectiefste periode is half maart tot eind mei. Een tweede behandeling kan in juli of augustus, gevolgd door een laatste behandeling in september of oktober.

Vijgenskeletteermot
De vijgenskeletteermot tast vooral vijgenplanten aan. De mot legt haar eitjes aan de onderzijde van bladeren. De rupsen vreten het bladweefsel tussen de nerven weg, waardoor een skeletachtig patroon ontstaat. De rups is klein, lichtgroen tot geelgroen en verstopt zich vaak onder spinsel of omgekrulde bladranden.
Beste moment om vijgenskeletteermot te bestrijden
Bestrijd zodra u rupsen of vraatschade ziet. De rups kan actief zijn van mei tot september, afhankelijk van de temperatuur.

Hoe haalt u het meeste uit uw bestrijding met aaltjes?
Aaltjes leven ongeveer vier weken in de bodem, mits u de grond tijdens de behandeling twee weken licht vochtig houdt. Het is daarom aan te raden om aaltjes elke vier tot zes weken opnieuw toe te passen in periodes waarin de plaag te bestrijden is. Bij een zware plaag kan het verstandig zijn om meer aaltjes te gebruiken dan aangegeven staat voor het te bestrijden oppervlak te gebruiken: hoe meer aaltjes, hoe effectiever de bestrijding.
Welke manier van aaltjes toepassen past bij uw tuin?
Het uitzetten van aaltjes kan op meerdere manieren. Hieronder vindt u een keuzehulp om te bepalen welk hulpmiddel het beste bij uw tuin past.
Nema Spray One
Beste keuze voor grote oppervlakken
Als u een groot gazon, een lange haag of veel borders heeft, is de Nema Spray One het meest geschikt. Dankzij het reservoir en de doseringsstanden sproeit u aaltjes gelijkmatig en professioneel.
U kiest voor de Nema Spray One als:
• U grote oppervlaktes heeft;
• U nauwkeurige dosering wilt;
• U blad- én bodemtoepassing nodig heeft.
Nema Super Sprayer
Handig voor kleine tuinen
Voor kleinere gazons, hagen of tuinplanten is de Nema Super Sprayer een praktische keuze. Licht, handzaam en direct aan te sluiten op de tuinslang.
U kiest voor de Nema Super Sprayer als:
• U kleinere oppervlaktes heeft;
• U snel en eenvoudig wilt werken;
• U gerichte zones wilt behandelen.
Gieter
Ideaal voor potten en kleine borders
Een gieter is een prima basisoplossing voor het toepassen van aaltjes, vooral in potten, bakken en kleine borders. U heeft optimale controle, maar het kost meer tijd bij grote oppervlakken.
U kiest voor een gieter als:
• U potten, bakken of kleine vakken behandelt;
• U nauwkeurig wilt doseren;
• U geen sproeier wilt of hoeft aan te schaffen.

